Legions of Aion Forum: The History of Atreia (Asmodian point of view). - Legions of Aion Forum

Jump to content

Aion Leveling Guide

  • (3 Pages)
  • +
  • 1
  • 2
  • 3
  • You cannot start a new topic
  • You cannot reply to this topic

The History of Atreia (Asmodian point of view). Rate Topic: -----

#1 User is offline   Shirou Icon

  • Aion Master
  • Posts: 387
  • Joined: 15/11/08
  • Character:Shirou
  • Race:Elyos
  • Class:Chanter
  • Legion:Semper Dius
  • Crafting:Cooking

Posted 15 December 2008 - 05:26 PM

Nederlands (vertaald door Saeys)

Quote

Introductie

Het is niet altijd zo geweest. Ooit waren de twee delen in deze wereld één, we stonden zij aan zij als broeders. We zagen er hetzelfde uit, hadden dezelfde idealen en deelden een gemeenschappelijk doel: het beschermen van The tower of Eternity. Toen zij faalden vernietigden ze alles. Onze wereld en ons volk werden uit elkaar gescheurd. In de lagere helft van deze wereld vind je een oppervlakkig, doch betoverd bestaan dat gebukt gaat onder zonder, hebzucht, misplaatste trots en een beknellende arrogantie. Hier vind je de Elyos, een verachtelijk broedsel van wezens wiens zielloze bestaan gewijd is aan het uitroeien van al wat goed is in deze wereld. Laat je niet misleiden door hun engelachtig voorkomen, onder die maagdelijk witte huid schuilt niets anders dan een verachtelijke ziel.

Het bovenste deel van deze wereld is wat wij, de Asmodians, thuis noemen. Na de verwoestende gebeurtenissen werden we weggeduwd in de duisternis, in het onbekende. We hadden geen andere keuze dan ons aan te passen om te overleven. Elke dag in onze wereld leerde ons iets nieuws, hij opende onze ogen, bood ons nieuwe mogelijkheden en gaf ons de onwrikbare wilskracht waarmee we onze levens terug hebben opgebouwd. Het is door deze ervaringen dat we zoveel bereikt hebben. Je krijgt niet elke dag de kans om opnieuw te beginnen, om je vergissingen recht te zetten.

Maar wacht, ik loop weer voor op de feiten. Eerst mezelf even voorstellen, mijn naam is Kineas en ik ben een Daeva, een wezen gecreëerd in de strijd tegen de Balaur. Ik, samen met mijn volk, heb alles gedaan om onze plaats in Atreia te verzekeren, en zal er alles aan doen om te behouden wat van ons is. Als het oorlog is wat de Elyos wensen, dan kunnen ze het krijgen ook. De tijd voor vrede is reeds lang voorbij, de tijd die ons rest is voor vergelding.

Na alles wat er gebeurd is vind ik het mijn plicht om het ware verhaal te vertellen over hoe we tot deze dag zijn gekomen. Ik heb dit dagboek bijgehouden om me de jaren die ons tot nu gebracht hebben te kunnen herinneren en door te vertellen. Misschien begrijp je dan wat deze wereld zo heeft doen veranderen.

Lees nu, en leer wat het is om een Asmodian te zijn!


Hoofdstuk 1 - Eenheid


Ik zal het eerst hebben over het tijdperk dat bestond nog voor het mijne. Onze verhalen vertellen over uitgestrekte groene velden en weiden vol met bloemen, een wereld waarin je kon bloeien en gelukkig zijn. Dit tijdperk speelt zich af nog voor dat Elyos en Asmodians bestonden, toen waren we simpelweg bekend als mensen. Atreia was één geheel, omdat we niet van elkaar verschilden was er ook geen verdeeldheid. Niet in de wereld en niet tussen het volk.

De jaren vlogen voorbij op deze vredevolle mannier en onze voorouders waren tevreden. Ik kan niets anders dan woede voelen door het feit dat ze het paradijs waarin ze leefden niet ten volle apprecieerden, het was allemaal normaal. Hoe dan ook, weten wat er tussen dan en nu gebeurd is geeft ons inhoud en misschien is het enkel door de heimwee naar deze tijd dat we de schatten die we ooit hadden kunnen plaatsen. Misschien is zelfs de woestenij die we nu thuis noemen een paradijs vergeleken met een ander land, doch vind ik het moeilijk me zo een verblijf voor te stellen.

Het tij zou snel keren, de duistere tijden die Aion voor ons in petto had kwamen als een donderslag bij heldere hemel. Tijden van duisternis, een sluimerende nachtmerrie voorzien van dreigende tanden en een onlesbare dorst naar oorlog.


Hoofdstuk 2 – Een Ongoddelijke Creatie


De nachtmerrie waarover ik het heb is de Draken, ze waren gruwelijke wezens om te aanschouwen. Gigantisch en zwaar, onze geïmproviseerde wapens waren nutteloos tegen hun staalharde huid. Erger nog, ze konden als de bliksem hun vleugels spreiden en wegvliegen naar de hemel, wat onze sowieso al zwakke verdediging schielijk nutteloos maakte. Snel leerden we hoe we ons konden verschuilen van de Draken, en zonder iets of iemand sterker dan zij groeide hun vertrouwen en getallen in een rechte lijn. Hun schaduwen verduisterden de bodem van Aetra meer en meer naarmate hun populatie uitbreidde.

Hun honger naar macht was onverzadigbaar; hele rassen verwelkten en stierven uit door de furie van de Draken. Ze brachten niets ontziende inferno's met zich mee en lieten niets anders dan verkoold en vernietigt land achter. Niet lang na hun eerste grote bloedbad spreidden deze beesten hun intelligentie ten toon. Na het zien van de oorlogscapaciteiten van de Krall en de Mau lieten ze de enkelingen die eeuwige trouw zweerden aan hun nieuwe meesters leven. Het was rond deze tijd dat de Draken een gedaanteverandering ondergingen, enkel onder hen ontwikkelden een fysieke en mentale voorsprong op de anderen. Deze wezens werden Dragons genoemd, uit deze selecte groep namen er 5 de leiding over de rest, ze werden bekend als de Dragon Lords.

Deze vijf nieuwe leiders organiseerden hun troepen in een mum van tijd door militaire rangen in te voeren. Ze noemden zichzelf de Balaur, met deze nieuwe titel lieten ze hun vernieuwde furie los op de wereld. Ze roeiden alles en iedereen uit die de absolute onderwerping wou tegenwerken.

Doch, hun lusten konden niet gelaafd worden, in hun zoektocht naar macht keerden ze hun aandacht naar de god van Atreia, Aion. Ze eisten dezelfde macht als hun schepper maar Aion weigerde. Verblind door ontembare woede en gedreven door hun hebzucht keerden ze zich tegen onze god en verzamelden hun troepen voor een aanval op de Tower of Eternity.



Hoofdstuk 3 – De Opname


Aion was misnoegd, als vergelding creëerde hij 12 wezens genaamd Empyrean Lords. Deze bezaten kracht en schoonheid die nog nooit aanschouwd was. Ze konden, net als de Balaur, vliegen doormiddel van een substantie die Aether heet. Ons geloof in onze god en onze toewijding aan Atreia werden erkend: deze wezens werden naar ons beeld gemaakt en kwamen de wereld redden die zovelen onder ons thuis noemden.

De onvermijdelijke veldslag begon, deze draaide snel uit in een lange en bloederige oorlog. We hadden onze toevlucht genomen tot het veilige schild uit Aether rond de toren, dat de Lords voor ons gemaakt hadden. Maar het schild was klein en de landen rondom werden gecontroleerd door de Balaur. Er buiten waren onze Empyrean Lords verzwakt net zoals de Dragon lords dit zouden zijn binnen het schild. En eens de Balaur dit door hadden maakte ze een lijn van onschuldige wezens die ze één voor één afslachtten in een poging om onze beschermers naar buiten te lokken. Het waren meedogenloze wezens, hun daden versterkten enkel de diepe haat die voor hen voelen.

Deze tijd noemden we later de Millennium oorlog, een periode waarin de mensheid weer kon openbloeien onder de veilige vleugels van onze beschermers. Toen ben ik geboren, en tegen de tijd dat ik een jonge man was had ik gemerkt dat Aether een drastisch effect op mij had. Het reageerde op mij en ik reageerde terug, snel merkten de anderen rondom me talenten op die ze enkel bij een paar anderen hadden gezien. Deze anderen, Daeva, waren mensen met de unieke gave om Aether, ons gegeven door Aion, te manipuleren zoals de Empyrean Lords dit konden. Langzaam maar zeker leerde ik deze gave te gebruiken, eerst kon ik slechts de lucht rondom mij afkoelen maar enkel maanden later bevroor ik vijanden waar ze stonden en vuurde ik vuurballen af op de Balaur. Ik voelde mezelf vereerd, net als een god. Diegene die me vroeger beschermden en lief hadden plaatsen me nu boven zichzelf. Het gevoel dat ik, een simpele boerenzoon, de Balaur kon bevechten was een geschenk van Aion dat ik nooit kan terugbetalen.

Na enkel maanden namen de getallen van de Daeva toe, genoeg voor onze Lords om ons te mobiliseren tot een leger. Ik ging er bij, en klom snel op in rang maar liet mijn kind, een babyjongen genaamd Phalaris, achter.


Hoofdstuk 4 – De Lafheid


Ik werkte mezelf op door de rangen. Mijn vaardigheden als tovenaar waren superieur aan die van vele andere Daeva, en in 1 jaar kreeg ik de controle over een heel legioen. De gevechten waren hevig, en ondanks het grote gevaar dat we liepen in de strijd tegen de Balaur waren de Empyrean Lords altijd voorzichtig en beschermend. Onze vaardigheden en tactieken verbeterden, na enige tijd waren we zelfs in staat om hun jongere draken te verslaan. Vroeger moesten we ons steeds terugtrekken bij het zien van deze beesten. Het waren kleine stapjes, maar als elke ouder weet moet een kind eerst leren stappen voor het kan lopen.
Toen kwam de dag die ons allen met verstomming sloeg.

Lord Israphel, een van de twee bewakers van de toren die de Dragon Lords verachte als geen ander, verklaarde dat we vrede moesten sluiten met de Balaur. Hij redeneerde dat het doel van de oorlog niet het vernietigen van de Balaur was maar het beschermen van Aion.

Ik was met verstomming geslagen; zo verrast dat één van onze redders zijn doel zo snel uit het oog was verloren; zo verrast dat zijn moed en standvastigheid zo … zo snel was verdwenen. Eerst was er consternatie bij de Lords. Voordien was er zelfs geen denken aan vrede met de Balaur … het was een travestie. Het was alsof iedereen hetzelfde dacht, Israphel zijn voorstel was absurd.

En toch, het duurde niet lang voor de zwakkere Lords lieten zien dat ze de inhoud niet hadden voor een gevecht, ze verlangden ernaar om de last die de eer als Lord met zich meebrengt af te schudden. Vrouwe Ariel was de eerste om toe te geven, en met honingzoete woorden sprak ze over Israphel zijn wijsheid, zijn ervaring en zijn moed die nodig was om vrede voor te stellen. Ze had de pretentie om ons, de Daeva, te zeggen wat we moesten doen en denken.

Hoe snel hadden zijn en haar volgelingen de offers gedurende 1000 jaar wel niet vergeten. Welke smadelijke waarde hechtte ze wel niet aan het verloren bloed van zoveel van onze soort.

Maar andere Lords hadden nog steeds de staalharde overtuiging. Als een Daeva had ik sommige Lords leren kennen, degene waarmee ik het beste kon werken was de grote en waardige Lord Asphel. Zijn geloof bleef even sterk, en het was op zijn missies dat we het meeste succes hadden. Zijn wegen en vaardigheden waren een inspiratie voor ons allen; en toen Ariel haar zielige pleidooi enkelen begon te overtuigen, en toen ik de grimas op Asphel's gezicht zag, wist ik waar mijn trouw me naartoe leidde. Hij stond op om te spreken en wij stonden aan zijn zijde. Hij verwijtte Ariel respectloosheid voor de eervolle overledenen en spuugde op de gedachte aan vrede.

Een algemene woede brak uit in de zaal. Mijn oren suizen nog steeds van de brullende en verwarrende woorden van verwijt en haat die doorheen de zaal galmden. Ik zag Israphel vurig tegen Siel spreken, deze luisterde ernstig. Israphel drong erop aan dat we in staat waren om Aion te verdedigen door naar een vrede toe te werken in plaats van voortdurend oorlog te voeren. Tot mijn grote verschrikking knikte Siel.

Om de vrede te bewaren verlieten we allen de zaal om de twaalf Lords in alle rust te laten vergaderen. Ik verenigde mij met vrienden die net als ik wisten dat Asphel's kant de enige juiste was. Maar anderen vormden groepen van lafaards die in de nacht verdwenen. We verdeelden ons nu al in verschillende kampen: de Waardigen of de zwakken.

We wachtten ongeduldig op de uitslag van de vergadering. Ik herinner me het nog goed; ik zag in de verte kleine kampvuurtjes branden en wist goed dat er nooit vrede kon zijn tussen ons en de Balaur. Ik dacht terug aan de jaren van aanhoudend vechten, herinnerde me hun donkere en zielloze ogen die nooit knipperden, en het afslachten van mijn vrienden en familie. Dit alles enkel voor hun verlangen naar totale overheersing te kunnen verwezenlijken.

Ik wist dat Siel Israphel's verzoek zou afwijzen. Ik wist dat Asphel zijn zaak, onze zaak, zo zou argumenteren dat de anderen, en zelfs vrouwe Ariel, er van zouden overtuigd zijn. Ik wist dit; maar toch, toen de Lords buiten kwamen en ik hun beslissing hoorde brak er iets in mij en mijn manschappen. Vrouwe Siel had toegegeven. Ondanks ons protest behielden zij en Israphel, als bewakers van de toren, het laatste woord. De beslissing was finaal. We gingen onderhandelen met de Balaur. Ik hoorde Ariel haar stem triomfantelijk verheffen, en aanhoorde een vredeslied van haar en haar volgelingen.

Asphel trad naar voren, zijn gezicht vertrokken in pure woede. Ik volgde hem bij zijn vertrek samen met een behoorlijk aantal van mijn mede Daeva.


Hoofdstuk 5 – Het Epische Cataclysme


Na slechts enkele dagen begon de misplaatste vredesconferentie. Als een teken van respect voor de 5 Dragon Lords werd het Aetrisch schild rondom de toren verlaagd. Ze werden in het kolossale gebouw uitgenodigd voor de onderhandelingen. De minuten leken wel eeuwen. Ik keek in de ogen van mijn manschappen en zag er wantrouwen en woede terwijl ze dachten aan de, in hun ogen, overgave aan deze beesten. Ik trok naar mijn trouwste centurion om met hem te spreken toen plots alles veranderde. Er werd geroepen, verwarring, een opstand. Eén van de Balaur was verslagen en Lord Asphel stond klaar om te vechten, zijn ogen stonden in vuur en vlam.

De Balaur viel aan terwijl stemmen schreeuwden naar Siel en Israphel om het schild terug te activeren. Maar reeds voor de tweede keer lieten ze ons in de steek. Onder het tumult bedolven konden ze niet samen handelen om de toren te verdedigen. Onder het geweld van de Balaur en hun wapens begon de toren het te begeven.

Ik herinner me Israphels gekweld gezicht, verwrongen in schuld, terwijl hij Lord Asphel en al zijn Daeva noordwaarts stuurde. Siel beval Ariel en de hare zich naar het zuiden te begeven. In een laatste poging om de toren te redden vochten we aan beide zijdes van de toren. De Empyrean Lords zouden er alles aan doen om de toren staande te houden.
Wij hielden vol, de anderen in het zuiden niet.

In een mum van tijd werd heel onze wereld in duisternis gewikkeld, het licht van de toren was weg. Het volk rende schreeuwend in alle richtingen weg.

Ik herinner het me alsof het gisteren was; ik zie de stukken van de toren nog afbreken en naar beneden vallen in het flikkerende licht dat de toren uitzond. Ik zie mezelf nog aan de grond genageld staan terwijl er een gigantisch stuk puin naar mij toe viel. Ik herinner het me nog zeer goed … het was toen dat ik een ander geschenk ontdekte dat ik als Daeva had gekregen: onsterfelijkheid.

Ik werd wakker, keek naar onze grootse wereld, en zag dat Atreia in twee helften was verdeeld. Het lagere gedeelte was omgeven door een hevig en fel licht, terwijl het onze in een koude duisternis was gedompeld.

De vredesconferentie was gedaan.


Hoofdstuk 6 - De Nasleep

Langzaam pasten onze ogen zich aan en vonden we elkaar. Ons volk was volledig van de kaart, niemand wist wie het overleefd had. Ik zij tegen de anderen dat ze best een kamp opsloegen en warm bleven; hierna vertrok ik naar de stomp die vroeger de basis van onze toren was.

Het was daar dat ik een zegen vond: De vijf Empyrean Lords die gezonden waren om Aion te beschermen leefden nog. Ze verzamelden ons en zijden dat onze wereld voorgoed was veranderd en waarom. Erger nog was de prijs van deze poging tot vrede: we hadden miljoenen manschappen verloren. Sieg en Israphel hadden zich opgeofferd zodat wij mochten leven in hun plaats. Tijdens hun leven hadden ze een grote misstap begaan, maar hun dood was niet zonder eer, we herdachten hen in stilte.

Ik keerde snel terug naar ons tijdelijke kamp en hielp met het maken van een enorm vuur dat de aandacht van andere overlevenden moest trekken. In de loop der dagen stroomden er duizenden toe, moe, gekneusd en verward door de gebeurtenissen van de voorbije dagen. Ik had het geluk om tussen de overlevenden mijn kind, Phalaris, te vinden. Doch had niemand anders van mijn dorp het overleefd.

Dagen, weken gingen voorbij. Het begon door te schijnen dat onze wereld, onze gebroken wereld, gestabiliseerd was en ons lot weer eens in onze eigen handen lag. Aion bleek verdwenen te zijn, samen met het Aether dat mij kracht gaf. Voor de eerste keer in lange tijd voelde ik me weer kwetsbaar. Omdat ik me niet wou laten meester maken door de angst sprak ik met Asphel en stelde met hem plannen op om een nieuwe thuis voor ons allen op te richten.

Zevenhonderd vijftig lange jaren gingen voorbij, tijdens die periode zag ik vele dingen veranderen. Het brandhout raakte snel op, maar onze ogen pasten zich reeds aan aan de duisternis. Ons dorp werd gebouwd en Pandaemonium genoemd, het groeide snel uit tot een grote stad. Ik zag ons volk heropleven, zich aanpassen, evolueren tegen alle verwachtingen in. Dit alles onder het toezicht van de Shedim Lords.

Onze evolutie gebeurde ook op fysiek vlak; onze huid werd donkerder in de allesomvattende duisternis, en de harde grond die bezaaid was met scherpe brokstukken maakte onze voeten tot klauwen. Onze handen werden ook voorzien van stijlvolle klauwen, alsof geen enkel van ons ras ooit nog ongewapend zou zijn. Ooit waren deze tekenen moeilijk voor mij om te aanvaarden, maar als ze nodig waren om te overleven, en dat waren ze, was het een last de moeite om te dragen. Voor ons waren ze de prijs voor Israphel's poging tot vrede, die Ariel dwaas had gesteund.

Tijdens deze tijd zag ik ook Phalaris oud worden en sterven, samen met zijn kinderen, en die van hun. Dit is het leven van een Daeva.


Hoofdstuk 7 - Wraak

Op een zekere dag gebeurde iets zeer merkwaardigs. De brokken van de grote toren die in onze grond gevallen waren straalden weer licht uit en stegen de lucht in. Asphel beval de Archon, de sterkste eenheid onder de Daeva waar ik tevens lid van ben, om dit te onderzoeken. We vertrokken direct en vonden iets wat beschreven kan worden als een portaal naar een andere wereld. Een wereld ergens tussen Asmodae en de lagere helft van Atreia waar stenen pilaren in de lucht zweefden. Hier was het Aether waar ik zo op vertrouwde met mijn kracht overvloedig aanwezig, ik voelde een sterk gevoel van opluchting dat mijn vaardigheden nog niet verloren waren. Ik keerde terug naar Pandaemonium en vertelde onze Shedim Lords wat we gezien hadden. Asphel beval de overige Archon direct om het portaal te bewaken. Toen ik vroeg waarom bleef hij het antwoord schuldig maar keek verstomd in de lucht naar de lagere helft van Atreia.

Twee dagen later, terwijl we een tweede expeditie door het portaal planden, merkten we dat onze bewakers in Morheim nog niet hadden gerapporteerd. Zikel, één van de Sedhim Lords en onze god van destructie, nam de overige Archon, inclusief ikzelf, mee op onderzoek.

Na een korte reis vonden we een groep mannen die beweerde van de onderste helft van Atreia afkomstig te zijn. Ze hadden hun wapens getrokken en waren op hun hoede. Ze zagen er uit als engelen, zonder veel te zeggen veroordeelde ze ons meteen. Stel je voor – veroordeeld voor iets wat zij en niet wij hadden gedaan! Het waren wij niet die zo lafhartig waren geweest, de Dragon Lords uitnodigen in onze toren tijdens een grote oorlog – zij waren de schuldigen!

Zikel's woede was meer dan vanzelfsprekend, hij keek neer op deze "Elyos" en eiste dat zij Nezakan, een Empyrean Lord die zwak genoeg was geweest om tot vrede met de Balaur op te roepen, vervloekten. Tijd, spuwde Zikel, had bewezen welke kant in de fout was gegaan. Zouden deze Elyos hun Lords fout onder ogen zien, en van hun dwaasheid afstappen?

Hun leider, een man Deltras genaamd, weigerde met de trots die wij kennen als de vloek van alle Elyos, hij weigerde flagrant om zijn eigen Lords te beschuldigen en vervloekte Zikel in de plaats. Zwaarden werden getrokken en we vielen aan, we versloegen hen als de lafaards die ze waren. Doch, enkele ontsnapten; de meeste vluchtten waar ze in al hun woede onze vrouwen en kinderen afslachtten voordat we hen konden grijpen. Twee vluchtten terug naar hun thuisland, bebloed maar niet vernietigt.


Hoofdstuk 8 - Een Nieuwe Vijand, een Oude Vijand

We keerden die dag terug naar Pandaemonium en begonnen onze troepen te verzamelen voor het gevecht tegen deze Elyos. De volgende dag kwamen we ze weer tegen in de strijd en een all-out oorlog tussen onze volkeren brak uit. Kort nadat de oorlog was begonnen, vond de Balaur, lang teruggedrongen in een vreemde dimensie voorbij Atreia, een weg uit hun gevangenis naar de Abyss, maar voorlopig waren ze niet in staat om tot in Asmodae door te dringen. Hun dorst naar bloed was gewoonweg onstilbaar net zoals ze vroeger was. Met hun vroegere bondgenoten aan hun zijde was hun macht aanzienbaar.

En net nu steekt er een andere directe en dringende bedreiging de kop op. We hebben ontdekt dat onze planeet Aether bloed. We spendeerden vele maanden naar het zoeken van de oorzaak hiervan. We verkenden de Abyss en Asmodae en uiteindelijk vonden we het antwoord recht voor onze neus.

Het zijn de twee stompen van de toren. Een machtige resonantie die er nog steeds tussen bestaan, vibrerend tussen de twee helften van onze gebroken wereld. Als een echo van de verloren Tower of Eternity schreeuwen ze naar elkaar doorheen de leegte. Deze nagalm creëerde de Abyss.

De Abyss absorbeert Aether, het loopt weg als water doorheen een grotspleet. Aether word zeldzamer per minuut van elke dag. Binnenkort zal dit lekken onze Daeva en onze planeet beïnvloeden. Atreia wordt samengehouden door de aetherische verbinding die Siel en Israphel creëerden bij het opofferen van hun lichamen die bestonden uit Aether, hierbij maakten ze een einde aan hun eigen leven. De Abyss zal binnenkort deze verbinding verzwakken en wanneer ze breekt zal onze atmosfeer in elkaar stuiken en zal iedereen op onze planeet vernietigt worden.

Er blijft slechts één hoop. Het resoneren zal stoppen indien enkel één stomp van de toren overleeft. Onze taak is duidelijk: we moeten de Tower of Light vernietigen. Enkel dan zal het bloeden gestopt worden en zullen de levens van het Asmodian volk gevrijwaard zijn waarbij we ons ook ontdoen van de arrogante overheersing waarmee de Elyos ons bedreigen.

We zullen niet aarzelen. We zullen onze zwaarden niet geborgen laten. We slaan toe met een brutale en onweerstaanbare golf van vernietiging die onze thuis eindelijk zal reinigen van de arrogante en naïeve dwazen die onze landen bevuilen.

Ons lot ligt in onze eigen handen. Wij zijn Asmodians. Wij zullen niet falen.




English


Quote

Introducion

It wasn't always like this. At one time the two sides of this world were as one, we were united as brothers. We looked the same, we had the same ideals and we shared a common purpose, to protect the Tower of Eternity. When they failed, they destroyed everything. Our world, our people were ripped apart.
In the lower half of this world, you will find a shallow, yet charmed existence tempered with sin, greed and gluttony, misplaced pride and crushing arrogance. Here you will find the Elyos, a despicable breed of creature whose soulless existence is devoted to decimating everything that is good in this world. Don't be fooled by their saintly appearance, beneath that pallid skin lays nothing but darkness.

The upper half of this world is where we, the Asmodians, call home. After the Epic Cataclysm we were thrust into darkness, into the unknown, and we had no other choice than to adapt and to survive. Each and every day our world taught us something new, opened our eyes to new possibilities and gave us the unwavering strength to rebuild our lives once again. It is through our experiences that we have achieved so much, it isn't every day you are given the opportunity to start over, to right your wrongs.

But wait, I am getting ahead of myself. First an introduction, my name is Kineas and I am a Daeva, a being created during the great struggle against the Balaur. I, along with my people, have done everything necessary to secure our rightful place in Atreia, and we will do anything to protect what is rightfully ours. If it's war the Elyos crave, then it's war they shall have. The time for peace is long gone, all we have time for now is retribution.

After all that has happened in our world, I feel it is my duty to set the record straight about the events that bring us here to this very day. I have written this diary to recount the years that led to our current standing, maybe you will come to understand what caused this world of ours to change so.

Come now - read, and learn what it is to be an Asmodian!


Chapter 1 - Unity

I'll first speak of the era that existed even before my time. Our stories tell tales of green lands and bountiful pastures, a world in which we could prosper and grow happy with our families. This was the era that existed even before the Elyos and Asmodians existed, when we were simply known as humans. Atreia was one. A whole. As we were one with each other, there was no divide, not between our worlds, nor between our people.

Years passed like this, and by all accounts our ancestors were content. I cannot help but feel anger at this notion, that they did not celebrate this paradise they were given, and that there was even a notion that this world was taken for granted. However, knowing what has happened since this time gives context, and perhaps it is only through the benefit of hindsight that we can understand those treasures that we once had. Perhaps even this wasteland that we now call home is a paradise compared to some other land, though I find it difficult to imagine a place more testing than this.

Things would soon change though. Little did we know the horror Aion had in store for us, as our world was about to see a great and lingering nightmare come crashing down baring vicious teeth and an uncontrollable thirst for war.


Chapter 2 - An Ungodly Creation


These nightmares I speak of, they were called the draken, and were terrifying creatures to behold. Huge and heavy, our makeshift weapons were useless against their toughened hides. Worse still, they could spread their pinions and take to the skies in a moment's notice, rendering our meagre defences useless in a heartbeat. Soon our people learned to hide from the draken, and without a natural predator, their numbers and confidence grew in equal measure. Before long, their darkened silhouettes, created by Aion to rule our world, were a common sight in the sky.

Their desire for power was insatiable; entire species withered and died under their fury as the draken descended. They brought burning infernos with them and in their wake left little more than charred and ruined lands. Soon after the initial carnage these beasts started displaying their intelligence. After realising the warlike tendencies of the Krall and the Mau, the draken chose not destroy them, but instead subjugated their remaining numbers, saving them only after they had sworn eternal allegiance to their new masters. It was around this time that the draken experienced something of an evolution, as some of their numbers started to grow larger, stronger and more intelligent than their peers. These creatures were called Dragons, not draken, and of their number, five took command of the rest. These five became known as the Dragon Lords.

The five Dragon Lords, now awakened, quickly reorganised their forces, establishing military like ranks throughout their society. They chose to rename their people "The Balaur". With their new title, these beasts attacked again with renewed vigour, decimating the few remaining groups who dared resist submission.

Still they were not satisfied, and in seeking more powerful opponents, turned their attention to the god of Atreia, Aion, and demanded the same powers that our creator wielded. When Aion refused, the Balaur, blinded with rage and driven by greed, turned on our god, and gathered their forces for an attack on the great Tower of Eternity.


Chapter 3 - Ascension

Aion's hand was forced, and in retaliation created twelve figures named the Empyrean Lords. These creatures possessed a beauty and strength far beyond anything we had ever seen before, and like the Balaur, could take flight through a strange and curious substance called Aether. Our faith in our god, and our devotion to Atreia had been recognised: these creatures were created in our image, and had come to save the world which so many of us had learned to call home.

The inevitable battle started, which soon turned into a long and bloody war. We had found protection around the tower, inside the Aetheric shield our Empyrean Lords had created for us. However, the shield was small, and the land outside of its boundaries stayed under the control of the Balaur. Outside of the Aetheric shield our Empyrean Lords were weakened just as the Balaur were weakened inside it, and once the Balaur realised this, they would line up innocent creatures just outside its boundary and butcher them in an attempt to lure our Lords out. They were cruel creatures, and their actions only solidified our hatred for them.

This was the time which we later came to call the Millennium War, a time in which we humans could prosper once again under the protective wings of our Empyrean Lords. This was also the time during which I was born, and by the time I had grown into a young man, I found the Aether that Aion granted this world had an adverse but drastic affect on me. The Aether responded to me, and I to it, and soon my talents were noticed by others who our people had only seen on occasion. These others, these Daeva, were human at birth, but possessed an innate ability to manipulate the Aether that was used by the Empyrean Lords. Slowly but surely I learned to master these abilities, and while at first I could only chill the air around me, within months I could freeze opponents into place, and summon balls of fire to engulf the Balaur. I found myself revered, much like a god, as those who had once held me close to their breast now placed me on a mighty pedestal. The feeling that I, the son of a simple farmer, could cause suffering to these Balaur was intoxicating - this was a blessing from Aion that I could never even hope to repay.

Soon the number of Daeva swelled enough for our Empyrean Lords to mobilise us into a fighting force. I joined the legion, and progressed quickly through the ranks, leaving my child, an infant boy named Phalaris, behind.


Chapter 4 - Cowardice

I progressed further through the ranks. My skills as a sorcerer were superior to many of the other Daeva and within the year I was granted control of a full legion. The fighting was fierce, and while we were often placed in danger before the Balaur, our Empyrean Lords were always careful to protect us. Our skills and tactics improved, and eventually we were able to start killing their younger, more foolish dragons, where before we would be forced to retreat behind our Aetheric shield. These were small steps, but as every parent knows, a child must learn to walk before they can run.

Then came the day that sent us all staggering.

Lord Israphel, one of the two Guardians of the Tower of Eternity - Lord Israphel, who despised the Dragon Lords like no other – declared that we should make peace with them. The purpose of the war, he reasoned, was not to annihilate the Balaur. It was to protect Aion.

I was astonished; astonished that one of our saviours had lost his resolve so easily, astonished that his courage and fierce determination had slipped so… so suddenly. There was consternation among the Empyrean Lords at first. At that time, even the prospect of making peace was unthinkable… a travesty. It seemed we were all of one mind. Israphel's proposal was absurd.

And yet, it was not long before the weaker Lords showed they had never truly had the stomach for the fight, and longed for the burden of honour to be lifted from them. Lady Ariel was the first to capitulate, and with honeyed words she spoke of Israphel's wisdom, his seniority, his bravery – bravery! – in daring to propose peace. She had the audacity to tell us how we, as Daeva, should think and act.

How quickly she and her camp followers forgot the sacrifices of a thousand years. What petty value they placed upon the shed blood of so many of our kin.

But others of the Lords still had true steel in their spirits. As a Daeva I had grown to know some of our Lords, and the one with whom I worked best was a great and dignified Lord named Asphel. His resolve was always strong, and it was on his missions that we always had the most success. His manner and his ability were an inspiration to many of us; and so when Ariel's insipid pleading began to sway some, and I saw the grimace on Asphel's face, I knew where my own allegiance lay. He stood to speak, and we stood with him. He berated Ariel for her disdain for the honoured dead, and blasted the peace initiative as a naive and misguided waste of time.

The hall erupted with fury. It still rings in my ears… the roaring, the confusion, the words of accusation and hate, as each side railed against the other. Beyond, I saw Israphel speaking impassioned words to Siel, who listened gravely. Israphel insisted that we could defend Aion by working towards peace, rather than through constant warfare. To my horror, Siel was nodding.

To preserve some fragment of concord, all of us agreed to depart the grand hall and leave the Twelve Empyrean Lords to their discussion. I went with comrades-in-arms who knew Lord Asphel's side to be the only just one; but others went slinking off into the night, in the company of their fellow cowards, in groups of their own. Already we were forming into separate camps, according to whether we sided with the worthy or the weak.

We waited patiently for the outcome that night. I remember it well; I recall looking across our world, seeing plumes of fire burning in the distance, and knowing there was no way that peace would ever exist between the Balaur and us. I thought back and remembered the decades of perpetual fighting, remembered those dark soulless eyes, unblinking and unrelenting as they massacred my friends and my family, for no better reason than a simple, bestial desire for domination.

I knew Siel would reject Israphel's proposal. I knew that Asphel would argue his case, ourknew case, and that the others, even Lady Ariel herself, would see sense and agree. I this; and yet when the Empyrean Lords eventually emerged, the decision that was made shook my nerves, and left me and my legion reeling. Lady Siel had succumbed. For all our protests, she and Israphel, as Guardians of the Tower, held final authority over the Twelve. The decision was final. We were to treat with the Balaur. Already I heard Ariel's voice raised in jubilant triumph, and the sound of her four cohorts singing some inane chant of peace.

Asphel came forth, his face pure fury. As he left, I took flight after him, a significant number of my fellow Daeva in tow.


Chapter 5 - The Epic Cataclysm

So, within days, the misguided peace conference began. As a mark of respect to the five Dragon Lords, the Aetheric Field around the tower was lowered, and they were invited inside this colossal structure for the negotiations. A lifetime passed in the space of a few minutes. I looked into the eyes of my legionnaires, and saw the mistrust and anger that our convictions had been so weak as to let these beasts, which would have us kneel before them even now, treat with us. I turned to my most trusted centurion, and went to speak with him, when, as quick as a click of a finger, everything changed. There was shouting, confusion, a rout. One of the Balaur had fallen, and Lord Asphel was standing ready to fight, his eyes blazing.

The Balaur attacked. Voices screamed for Siel and Israphel to raise the Aetheric Field once again, but for the second time, they failed us. Lost in the tumult, they could not act in concert to defend the Tower. Under the Balaur's raging claws and weapons, the Tower began to splinter and fragment.

I remember Israphel's tortured face, wracked with guilt, as he directed Lord Asphel and all his Daeva legions to the north, while Siel marshalled Ariel and hers to the south. There was one remaining hope. Working in two groups, one at each end of the Tower, the Empyrean Lords would do all in their power to prevent the Tower's collapse.

We held fast. Those in the South, we now know, did not.

In an instant our world was plunged into darkness as the tower's light was snuffed out. The people turned, screaming as they ran in all directions.

I remember that moment as though it were yesterday; I remember looking up and watching shards of the tower snapping and falling, illuminated only by the flickering light of the great structure. I remember standing there, rooted to the spot as a huge fragment splintered from the tower, and began to fall towards me. I remember that day well… it was the day I found the other gift that being a Daeva granted me: immortality.

I awoke, looked across our great world, and saw Atreia shattered into two halves. The lower half had been engulfed in a fierce and bright light, while ours had been plunged into cold, desolate darkness.

The peace conference was over.


Chapter 6 - Aftermath

Slowly our eyes adjusted, and slowly we found each other. Our people were distraught, terrified: no-one knew how we had survived at all. I told the people that I could find to make camp and stay warm; I then set off towards the stump that was the base of our tower. It was there that I found a blessing: the five Empyrean Lords who had been sent to hold Aion intact, still alive. They gathered us all together, told us that our world had changed forever, and told us why. Worse still was the cost of this attempted peace: we had lost millions, and Siel and Israphel, the two Guardians of the Tower, had sacrificed themselves so that we might live in their stead. In life they had committed a great folly, but their deaths had not been without honour, and in silence we remembered them.

I returned to our makeshift camp soon after and helped to construct a huge fire to attract other survivors. Over the next few days, thousands would come to us, battered, bruised, and distraught at the events that had transpired. I was fortunate enough to find Phalaris, my child, amongst the survivors, though no-one else that I had known from my settlement had survived.

Days passed, then weeks. It became apparent that our world, our shattered world, had stabilised, and our destiny was once again in our hands. Aion, it seemed, had departed, as had the Aether that had empowered me. For the first time in a long while, I felt vulnerable again. Not wanting to let fear take control of my wits, I spoke with Asphel, and set about plans for founding a new home for us all.

Seven hundred and fifty long years passed, and in that time I saw a great many things change. We soon ran out of firewood, though our eyes were already adapting to the encroaching darkness. Our town was built, named Pandaemonium, and soon expanded into a great city. I saw our people flourish, adapt, evolve against all odds, always under the direction of our Shedim Lords.

Our evolution took on physical characteristics too; our skin grew pale in this engulfing darkness, and the hard ground, littered with razor-sharp debris, turned our feet into claws. Our hands, too, acquired graceful talons, as if to say that none of our race would ever go unarmed again. These marks were once difficult for me to accept, but if they were necessary for our survival, and they were, then we had no choice but to carry their burden. To us, they were the price of Israphel's attempted peace, which Ariel had been fool enough to support.

In that time I also saw Phalaris grow old and die, along with his children, and theirs. Such is the life of the Daeva.


Chapter 7 - Retribution

One day a curious thing happened. The shards of the great tower that had plunged into our soft land started emanating light again, and then pulled themselves from the ground and into the air around us. Asphel ordered the Archon, the strongest of our Daeva, and the unit of which I was now a part, to investigate.

We left straight away, and found a portal of some description which took us to a world, somewhere between Asmodae and the lower half of Atreia, where pillars of rock floated in the air. This was a world where the Aether that I relied on for my powers was present in abundance, and I felt a sense of enormous relief upon finding my abilities still intact. I returned to Pandaemonium and told our Shedim Lords what we had seen. Asphel immediately ordered other Archon to guard this portal, and when I asked why, he did not answer, but instead simply gazed up at the sky, towards the lower half of Atreia.

Two days later, while we were planning a second expedition through the portal, we noticed our guards stationed in Morheim had not reported in to us. Zikel, one of the Shedim Lords and our god of destruction, took the remaining Archon, including myself, to investigate.

We hadn't travelled long when we found a group of men, claiming to be from the lower half of Atreia, standing in their stead, their weapons drawn. These beings looked like angels, and though they said little, they cast judgment on us instantly. Imagine - being judged for a crime that they, not us, had committed! It was not us who had been soft-hearted cretins, welcoming the Dragon Lords into our tower during full-scale war - it was them!

Zikel's rage was more than evident, and he threw these "Elyos" to the ground, demanding they curse Nezakan, one of the Empyrean Lords who was weak enough to call for peace with the Balaur. Time, Zikel spat, had proven which side was at fault. Would these Elyos acknowledge their Lords' mistake, and condemn them for their foolishness?

Their leader, a man named Deltras, refused. With the pride that we now know is the taint of all the Elyos, he piously refused to blame his own Lords, cursing Zikel instead. Swords were drawn, and we charged, cutting them down like the cowards that they were. Still, some of their numbers escaped; most fled towards our home city where in their anger they butchered our women and children before we finished them. Two fled back to their homeland, bloodied but not vanquished.


Chapter 8 - A New Enemy, an Old Enemy

We returned to Pandaemonium that day and began gathering our forces for battle against these Elyos. The next day we met with them in combat again, and full-scale war broke out between our people.
Shortly after the war began, the Balaur, long exiled in some strange dimension beyond Atreia, found a way out of their prison to enter the Abyss, though for now they are still unable to cross into Asmodae. Their thirst for blood is just as insatiable as in ancient time. With their old allies by their side again, their power is considerable.

And now yet another immediate and urgent threat faces us. We have discovered that our planet is hemorrhaging Aether. We spent many months searching for the source of this bleed, probing throughout the Abyss and Asmodae. In the end, we found it was right in front of us.

It's the two stumps of the Tower. A mighty resonance still exists between them, vibrating invisibly between the two halves of our sundered world. As an echo of the lost Tower of Eternity, they cry out to each other across the void. This reverberation has created the Abyss.

The Abyss absorbs Aether, drains it away like water pouring into a crevasse. Aether is spread thinner and thinner each minute of each day. Soon this Aetheric leeching will affect our Daevas and our planet. Atreia is held together by the Aetheric ties Siel and Israphel created when they drained their own ethereal bodies of Aether, a process that ended their own lives. Soon the Abyss will weaken these ties, and if they break, our atmosphere will collapse, and everyone on this planet would perish.

There remains one hope. The resonance will cease if only one stump of the Tower survives. Our path is clear: We must destroy the Tower of Light. Then the Aetheric bleed will end, safeguarding the lives of the Asmodian people and simultaneously ending the arrogant tyranny with which the Elyos threaten us.

We will not hesitate. We will not staying our blades. We strike with a brutal and irresistible wave of destruction that will finally rid our home of the arrogant and naïve fools that infest our lands.

Our fate is our own hands. We are Asmodians. We will not fail.

Posted Image
0

#2 User is offline   Saeys Icon

  • Aion Master

  • Posts: 378
  • Joined: 13/12/08
  • Character:Brohan
  • Race:Elyos
  • Class:Templar
  • Legion:Divine Order
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Armorsmithing

Posted 15 December 2008 - 06:42 PM

Introductie:

Het is niet altijd zo geweest. Ooit waren de twee delen in deze wereld één, we stonden zij aan zij als broeders. We zagen er hetzelfde uit, hadden dezelfde idealen en deelden een gemeenschappelijk doel: het beschermen van The tower of Eternity. Toen zij faalden vernietigden ze alles. Onze wereld en ons volk werden uit elkaar gescheurd. In de lagere helft van deze wereld vind je een oppervlakkig, doch betoverd bestaan dat gebukt gaat onder zonder, hebzucht, misplaatste trots en een beknellende arrogantie. Hier vind je de Elyos, een verachtelijk broedsel van wezens wiens zielloze bestaan gewijd is aan het uitroeien van al wat goed is in deze wereld. Laat je niet misleiden door hun engelachtig voorkomen, onder die maagdelijk witte huid schuilt niets anders dan een verachtelijke ziel.

Het bovenste deel van deze wereld is wat wij, de Asmodians, thuis noemen. Na de verwoestende gebeurtenissen werden we weggeduwd in de duisternis, in het onbekende. We hadden geen andere keuze dan ons aan te passen om te overleven. Elke dag in onze wereld leerde ons iets nieuws, hij opende onze ogen, bood ons nieuwe mogelijkheden en gaf ons de onwrikbare wilskracht waarmee we onze levens terug hebben opgebouwd. Het is door deze ervaringen dat we zoveel bereikt hebben. Je krijgt niet elke dag de kans om opnieuw te beginnen, om je vergissingen recht te zetten.

Maar wacht, ik loop weer voor op de feiten. Eerst mezelf even voorstellen, mijn naam is Kineas en ik ben een Daeva, een wezen gecreëerd in de strijd tegen de Balaur. Ik, samen met mijn volk, heb alles gedaan om onze plaats in Atreia te verzekeren, en zal er alles aan doen om te behouden wat van ons is. Als het oorlog is wat de Elyos wensen, dan kunnen ze het krijgen ook. De tijd voor vrede is reeds lang voorbij, de tijd die ons rest is voor vergelding.

Na alles wat er gebeurd is vind ik het mijn plicht om het ware verhaal te vertellen over hoe we tot deze dag zijn gekomen. Ik heb dit dagboek bijgehouden om me de jaren die ons tot nu gebracht hebben te kunnen herinneren en door te vertellen. Misschien begrijp je dan wat deze wereld zo heeft doen veranderen.

Lees nu, en leer wat het is om een Asmodian te zijn!



en voila deel 1 van het verhaal. eerst ff eten en dan de rest.
Posted Image
0

#3 User is offline   Saeys Icon

  • Aion Master

  • Posts: 378
  • Joined: 13/12/08
  • Character:Brohan
  • Race:Elyos
  • Class:Templar
  • Legion:Divine Order
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Armorsmithing

Posted 15 December 2008 - 07:44 PM

Hoofdstuk 1 - eenheid:

Ik zal het eerst hebben over het tijdperk dat bestond nog voor het mijne. Onze verhalen vertellen over uitgestrekte groene velden en weiden vol met bloemen, een wereld waarin je kon bloeien en gelukkig zijn. Dit tijdperk speelt zich af nog voor dat Elyos en Asmodians bestonden, toen waren we simpelweg bekend als mensen. Atreia was één geheel, omdat we niet van elkaar verschilden was er ook geen verdeeldheid. Niet in de wereld en niet tussen het volk.

De jaren vlogen voorbij op deze vredevolle mannier en onze voorouders waren tevreden. Ik kan niets anders dan woede voelen door het feit dat ze het paradijs waarin ze leefden niet ten volle apprecieerden, het was allemaal normaal. Hoe dan ook, weten wat er tussen dan en nu gebeurd is geeft ons inhoud en misschien is het enkel door de heimwee naar deze tijd dat we de schatten die we ooit hadden kunnen plaatsen. Misschien is zelfs de woestenij die we nu thuis noemen een paradijs vergeleken met een ander land, doch vind ik het moeilijk me zo een verblijf voor te stellen.

Het tij zou snel keren, de duistere tijden die Aion voor ons in petto had kwamen als een donderslag bij heldere hemel. Tijden van duisternis, een sluimerende nachtmerrie voorzien van dreigende tanden en een onlesbare dorst naar oorlog.



heel vrij vertaald moet ik zeggen, het was moeilijk om sommige poëtische zinnen hun kracht te laten behouden indien ik ze letterlijk vertaalde.
Posted Image
0

#4 User is offline   Saeys Icon

  • Aion Master

  • Posts: 378
  • Joined: 13/12/08
  • Character:Brohan
  • Race:Elyos
  • Class:Templar
  • Legion:Divine Order
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Armorsmithing

Posted 15 December 2008 - 08:15 PM

Hoofdstuk 2 – een ongoddelijke creatie:

De nachtmerrie waarover ik het heb is de Draken, ze waren gruwelijke wezens om te aanschouwen. Gigantisch en zwaar, onze geïmproviseerde wapens waren nutteloos tegen hun staalharde huid. Erger nog, ze konden als de bliksem hun vleugels spreiden en wegvliegen naar de hemel, wat onze sowieso al zwakke verdediging schielijk nutteloos maakte. Snel leerden we hoe we ons konden verschuilen van de Draken, en zonder iets of iemand sterker dan zij groeide hun vertrouwen en getallen in een rechte lijn. Hun schaduwen verduisterden de bodem van Aetra meer en meer naarmate hun populatie uitbreidde.

Hun honger naar macht was onverzadigbaar; hele rassen verwelkten en stierven uit door de furie van de Draken. Ze brachten niets ontziende inferno’s met zich mee en lieten niets anders dan verkoold en vernietigt land achter. Niet lang na hun eerste grote bloedbad spreidden deze beesten hun intelligentie ten toon. Na het zien van de oorlogscapaciteiten van de Krall en de Mau lieten ze de enkelingen die eeuwige trouw zweerden aan hun nieuwe meesters leven. Het was rond deze tijd dat de Draken een gedaanteverandering ondergingen, enkel onder hen ontwikkelden een fysieke en mentale voorsprong op de anderen. Deze wezens werden Dragons genoemd, uit deze selecte groep namen er 5 de leiding over de rest, ze werden bekend als de Dragon Lords.

Deze vijf nieuwe leiders organiseerden hun troepen in een mum van tijd door militaire rangen in te voeren. Ze noemden zichzelf de Balaur, met deze nieuwe titel lieten ze hun vernieuwde furie los op de wereld. Ze roeiden alles en iedereen uit die de absolute onderwerping wou tegenwerken.

Doch, hun lusten konden niet gelaafd worden, in hun zoektocht naar macht keerden ze hun aandacht naar de god van Atreia, Aion. Ze eisten dezelfde macht als hun schepper maar Aion weigerde. Verblind door ontembare woede en gedreven door hun hebzucht keerden ze zich tegen onze god en verzamelden hun troepen voor een aanval op de Tower of Eternity.
Posted Image
0

#5 User is offline   Saeys Icon

  • Aion Master

  • Posts: 378
  • Joined: 13/12/08
  • Character:Brohan
  • Race:Elyos
  • Class:Templar
  • Legion:Divine Order
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Armorsmithing

Posted 15 December 2008 - 08:45 PM

Hoofdstuk 3 – de Opname:

Aion was misnoegd, als vergelding creëerde hij 12 wezens genaamd Empyrean Lords. Deze bezaten kracht en schoonheid die nog nooit aanschouwd was. Ze konden, net als de Balaur, vliegen doormiddel van een substantie die Aether heet. Ons geloof in onze god en onze toewijding aan Atreia werden erkend: deze wezens werden naar ons beeld gemaakt en kwamen de wereld redden die zovelen onder ons thuis noemden.

De onvermijdelijke veldslag begon, deze draaide snel uit in een lange en bloederige oorlog. We hadden onze toevlucht genomen tot het veilige schild uit Aether rond de toren, dat de Lords voor ons gemaakt hadden. Maar het schild was klein en de landen rondom werden gecontroleerd door de Balaur. Er buiten waren onze Empyrean Lords verzwakt net zoals de Dragon lords dit zouden zijn binnen het schild. En eens de Balaur dit door hadden maakte ze een lijn van onschuldige wezens die ze één voor één afslachtten in een poging om onze beschermers naar buiten te lokken. Het waren meedogenloze wezens, hun daden versterkten enkel de diepe haat die voor hen voelen.

Deze tijd noemden we later de Millennium oorlog, een periode waarin de mensheid weer kon openbloeien onder de veilige vleugels van onze beschermers. Toen ben ik geboren, en tegen de tijd dat ik een jonge man was had ik gemerkt dat Aether een drastisch effect op mij had. Het reageerde op mij en ik reageerde terug, snel merkten de anderen rondom me talenten op die ze enkel bij een paar anderen hadden gezien. Deze anderen, Daeva, waren mensen met de unieke gave om Aether, ons gegeven door Aion, te manipuleren zoals de Empyrean Lords dit konden. Langzaam maar zeker leerde ik deze gave te gebruiken, eerst kon ik slechts de lucht rondom mij afkoelen maar enkel maanden later bevroor ik vijanden waar ze stonden en vuurde ik vuurballen af op de Balaur. Ik voelde mezelf vereerd, net als een god. Diegene die me vroeger beschermden en lief hadden plaatsen me nu boven zichzelf. Het gevoel dat ik, een simpele boerenzoon, de Balaur kon bevechten was een geschenk van Aion dat ik nooit kan terugbetalen.

Na enkel maanden namen de getallen van de Daeva toe, genoeg voor onze Lords om ons te mobiliseren tot een leger. Ik ging er bij, en klom snel op in rang maar liet mijn kind, een babyjongen genaamd Phalaris, achter.


en voila, kan haast niet wachten op het vervolg ^^
Posted Image
0

#6 User is offline   Ethos Icon

  • Disciple of Aion


  • View blog
  • View gallery
  • Posts: 3,536
  • Joined: 14/09/08
  • Character:Ethos
  • Race:Asmodian
  • Class:Cleric
  • Legion:Feral Order
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Alchemy

Posted 15 December 2008 - 11:45 PM

Asmodians to arms! Laten we wat Elyos hunten nu :)

Edit: Ik heb bovenstaande post ook hier aangepast om de Nederlandstalige vertalingen bovenaan het bericht te bundelen.
Posted Image

Legions of Aion - Ethos

Welkom op de #1 Nederlandstalige Community Fansite voor Aion. Registreer je nu!
» Steun de LoA Community en geniet van de vele VIP Member voordelen. «
0

#7 User is offline   Saeys Icon

  • Aion Master

  • Posts: 378
  • Joined: 13/12/08
  • Character:Brohan
  • Race:Elyos
  • Class:Templar
  • Legion:Divine Order
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Armorsmithing

Posted 21 December 2008 - 03:28 PM

chapter - cowardice

I progressed further through the ranks. My skills as a sorcerer were superior to many of the other Daeva and within the year I was granted control of a full legion. The fighting was fierce, and while we were often placed in danger before the Balaur, our Empyrean Lords were always careful to protect us. Our skills and tactics improved, and eventually we were able to start killing their younger, more foolish dragons, where before we would be forced to retreat behind our Aetheric shield. These were small steps, but as every parent knows, a child must learn to walk before they can run.

Then came the day that sent us all staggering.

Lord Israphel, one of the two Guardians of the Tower of Eternity - Lord Israphel, who despised the Dragon Lords like no other – declared that we should make peace with them. The purpose of the war, he reasoned, was not to annihilate the Balaur. It was to protect Aion.

I was astonished; astonished that one of our saviours had lost his resolve so easily, astonished that his courage and fierce determination had slipped so… so suddenly. There was consternation among the Empyrean Lords at first. At that time, even the prospect of making peace was unthinkable… a travesty. It seemed we were all of one mind. Israphel’s proposal was absurd.

And yet, it was not long before the weaker Lords showed they had never truly had the stomach for the fight, and longed for the burden of honour to be lifted from them. Lady Ariel was the first to capitulate, and with honeyed words she spoke of Israphel’s wisdom, his seniority, his bravery – bravery! – in daring to propose peace. She had the audacity to tell us how we, as Daeva, should think and act.

How quickly she and her camp followers forgot the sacrifices of a thousand years. What petty value they placed upon the shed blood of so many of our kin.

But others of the Lords still had true steel in their spirits. As a Daeva I had grown to know some of our Lords, and the one with whom I worked best was a great and dignified Lord named Asphel. His resolve was always strong, and it was on his missions that we always had the most success. His manner and his ability were an inspiration to many of us; and so when Ariel’s insipid pleading began to sway some, and I saw the grimace on Asphel’s face, I knew where my own allegiance lay. He stood to speak, and we stood with him. He berated Ariel for her disdain for the honoured dead, and blasted the peace initiative as a naive and misguided waste of time.

The hall erupted with fury. It still rings in my ears… the roaring, the confusion, the words of accusation and hate, as each side railed against the other. Beyond, I saw Israphel speaking impassioned words to Siel, who listened gravely. Israphel insisted that we could defend Aion by working towards peace, rather than through constant warfare. To my horror, Siel was nodding.

To preserve some fragment of concord, all of us agreed to depart the grand hall and leave the Twelve Empyrean Lords to their discussion. I went with comrades-in-arms who knew Lord Asphel’s side to be the only just one; but others went slinking off into the night, in the company of their fellow cowards, in groups of their own. Already we were forming into separate camps, according to whether we sided with the worthy or the weak.

We waited patiently for the outcome that night. I remember it well; I recall looking across our world, seeing plumes of fire burning in the distance, and knowing there was no way that peace would ever exist between the Balaur and us. I thought back and remembered the decades of perpetual fighting, remembered those dark soulless eyes, unblinking and unrelenting as they massacred my friends and my family, for no better reason than a simple, bestial desire for domination.

I knew Siel would reject Israphel’s proposal. I knew that Asphel would argue his case, our case, and that the others, even Lady Ariel herself, would see sense and agree. I knew this; and yet when the Empyrean Lords eventually emerged, the decision that was made shook my nerves, and left me and my legion reeling. Lady Siel had succumbed. For all our protests, she and Israphel, as Guardians of the Tower, held final authority over the Twelve. The decision was final. We were to treat with the Balaur. Already I heard Ariel’s voice raised in jubilant triumph, and the sound of her four cohorts singing some inane chant of peace.

Asphel came forth, his face pure fury. As he left, I took flight after him, a significant number of my fellow Daeva in tow.


en het deel van de asmodians, vertaling volgt, het is een hele boterham om het te vertalen.
Posted Image
0

#8 User is offline   Saeys Icon

  • Aion Master

  • Posts: 378
  • Joined: 13/12/08
  • Character:Brohan
  • Race:Elyos
  • Class:Templar
  • Legion:Divine Order
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Armorsmithing

Posted 21 December 2008 - 05:38 PM

Hoofdstuk 4 – De lafheid

Ik werkte mezelf op door de rangen. Mijn vaardigheden als tovenaar waren superieur aan die van vele andere Daeva, en in 1 jaar kreeg ik de controle over een heel legioen. De gevechten waren hevig, en ondanks het grote gevaar dat we liepen in de strijd tegen de Balaur waren de Empyrean Lords altijd voorzichtig en beschermend. Onze vaardigheden en tactieken verbeterden, na enige tijd waren we zelfs in staat om hun jongere draken te verslaan. Vroeger moesten we ons steeds terugtrekken bij het zien van deze beesten. Het waren kleine stapjes, maar als elke ouder weet moet een kind eerst leren stappen voor het kan lopen.
Toen kwam de dag die ons allen met verstomming sloeg.

Lord Israphel, een van de twee bewakers van de toren die de Dragon Lords verachte als geen ander, verklaarde dat we vrede moesten sluiten met de Balaur. Hij redeneerde dat het doel van de oorlog niet het vernietigen van de Balaur was maar het beschermen van Aion.

Ik was met verstomming geslagen; zo verrast dat één van onze redders zijn doel zo snel uit het oog was verloren; zo verrast dat zijn moed en standvastigheid zo … zo snel was verdwenen. Eerst was er consternatie bij de Lords. Voordien was er zelfs geen denken aan vrede met de Balaur … het was een travestie. Het was alsof iedereen hetzelfde dacht, Israphel zijn voorstel was absurd.

En toch, het duurde niet lang voor de zwakkere Lords lieten zien dat ze de inhoud niet hadden voor een gevecht, ze verlangden ernaar om de last die de eer als Lord met zich meebrengt af te schudden. Vrouwe Ariel was de eerste om toe te geven, en met honingzoete woorden sprak ze over Israphel zijn wijsheid, zijn ervaring en zijn moed die nodig was om vrede voor te stellen. Ze had de pretentie om ons, de Daeva, te zeggen wat we moesten doen en denken.

Hoe snel hadden zijn en haar volgelingen de offers gedurende 1000 jaar wel niet vergeten. Welke smadelijke waarde hechtte ze wel niet aan het verloren bloed van zoveel van onze soort.

Maar andere Lords hadden nog steeds de staalharde overtuiging. Als een Daeva had ik sommige Lords leren kennen, degene waarmee ik het beste kon werken was de grote en waardige Lord Asphel. Zijn geloof bleef even sterk, en het was op zijn missies dat we het meeste succes hadden. Zijn wegen en vaardigheden waren een inspiratie voor ons allen; en toen Ariel haar zielige pleidooi enkelen begon te overtuigen, en toen ik de grimas op Asphel’s gezicht zag, wist ik waar mijn trouw me naartoe leidde. Hij stond op om te spreken en wij stonden aan zijn zijde. Hij verwijtte Ariel respectloosheid voor de eervolle overledenen en spuugde op de gedachte aan vrede.

Een algemene woede brak uit in de zaal. Mijn oren suizen nog steeds van de brullende en verwarrende woorden van verwijt en haat die doorheen de zaal galmden. Ik zag Israphel vurig tegen Siel spreken, deze luisterde ernstig. Israphel drong erop aan dat we in staat waren om Aion te verdedigen door naar een vrede toe te werken in plaats van voortdurend oorlog te voeren. Tot mijn grote verschrikking knikte Siel.

Om de vrede te bewaren verlieten we allen de zaal om de twaalf Lords in alle rust te laten vergaderen. Ik verenigde mij met vrienden die net als ik wisten dat Asphel’s kant de enige juiste was. Maar anderen vormden groepen van lafaards die in de nacht verdwenen. We verdeelden ons nu al in verschillende kampen: de Waardigen of de zwakken.

We wachtten ongeduldig op de uitslag van de vergadering. Ik herinner me het nog goed; ik zag in de verte kleine kampvuurtjes branden en wist goed dat er nooit vrede kon zijn tussen ons en de Balaur. Ik dacht terug aan de jaren van aanhoudend vechten, herinnerde me hun donkere en zielloze ogen die nooit knipperden, en het afslachten van mijn vrienden en familie. Dit alles enkel voor hun verlangen naar totale overheersing te kunnen verwezenlijken.

Ik wist dat Siel Israphel’s verzoek zou afwijzen. Ik wist dat Asphel zijn zaak, onze zaak, zo zou argumenteren dat de anderen, en zelfs vrouwe Ariel, er van zouden overtuigd zijn. Ik wist dit; maar toch, toen de Lords buiten kwamen en ik hun beslissing hoorde brak er iets in mij en mijn manschappen. Vrouwe Siel had toegegeven. Ondanks ons protest behielden zij en Israphel, als bewakers van de toren, het laatste woord. De beslissing was finaal. We gingen onderhandelen met de Balaur. Ik hoorde Ariel haar stem triomfantelijk verheffen, en aanhoorde een vredeslied van haar en haar volgelingen.

Asphel trad naar voren, zijn gezicht vertrokken in pure woede. Ik volgde hem bij zijn vertrek samen met een behoorlijk aantal van mijn mede Daeva.
Posted Image
0

#9 User is offline   Noaq Icon

  • Eagle Eyes
  • Posts: 314
  • Joined: 18/10/08
  • Character:Noaq
  • Race:Asmodian
  • Class:Assassin
  • Crafting:Onbeslist

Posted 22 December 2008 - 06:04 PM

Heel netjes! Deze topic heb ik precies over het hoofd gezien.

Well done!
Posted Image
0

#10 User is offline   Sieg Archaon Icon

  • King of the Stars

  • Posts: 1,340
  • Joined: 21/10/08
  • Race:Asmodian
  • Class:Gladiator
  • Legion:Twilight Guardians
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Armorsmithing

Posted 23 December 2008 - 07:38 PM

Ethos steek mss die vertaalde dingen bij lore?
Posted Image
Love ma Peaches! <3
0

#11 User is offline   Saeys Icon

  • Aion Master

  • Posts: 378
  • Joined: 13/12/08
  • Character:Brohan
  • Race:Elyos
  • Class:Templar
  • Legion:Divine Order
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Armorsmithing

Posted 26 December 2008 - 03:23 PM

Hoofdstuk 5 – het epische cataclysme

Na slechts enkele dagen begon de misplaatste vredesconferentie. Als een teken van respect voor de 5 Dragon Lords werd het Aetrisch schild rondom de toren verlaagd. Ze werden in het kolossale gebouw uitgenodigd voor de onderhandelingen. De minuten leken wel eeuwen. Ik keek in de ogen van mijn manschappen en zag er wantrouwen en woede terwijl ze dachten aan de, in hun ogen, overgave aan deze beesten. Ik trok naar mijn trouwste centurion om met hem te spreken toen plots alles veranderde. Er werd geroepen, verwarring, een opstand. Eén van de Balaur was verslagen en Lord Asphel stond klaar om te vechten, zijn ogen stonden in vuur en vlam.

De Balaur viel aan terwijl stemmen schreeuwden naar Siel en Israphel om het schild terug te activeren. Maar reeds voor de tweede keer lieten ze ons in de steek. Onder het tumult bedolven konden ze niet samen handelen om de toren te verdedigen. Onder het geweld van de Balaur en hun wapens begon de toren het te begeven.

Ik herinner me Israphels gekweld gezicht, verwrongen in schuld, terwijl hij Lord Asphel en al zijn Daeva noordwaarts stuurde. Siel beval Ariel en de hare zich naar het zuiden te begeven. In een laatste poging om de toren te redden vochten we aan beide zijdes van de toren. De Empyrean Lords zouden er alles aan doen om de toren staande te houden.
Wij hielden vol, de anderen in het zuiden niet.

In een mum van tijd werd heel onze wereld in duisternis gewikkeld, het licht van de toren was weg. Het volk rende schreeuwend in alle richtingen weg.

Ik herinner het me alsof het gisteren was; ik zie de stukken van de toren nog afbreken en naar beneden vallen in het flikkerende licht dat de toren uitzond. Ik zie mezelf nog aan de grond genageld staan terwijl er een gigantisch stuk puin naar mij toe viel. Ik herinner het me nog zeer goed … het was toen dat ik een ander geschenk ontdekte dat ik als Daeva had gekregen: onsterfelijkheid.

Ik werd wakker, keek naar onze grootse wereld, en zag dat Atreia in twee helften was verdeeld. Het lagere gedeelte was omgeven door een hevig en fel licht, terwijl het onze in een koude duisternis was gedompeld.

De vredesconferentie was gedaan.
Posted Image
0

#12 User is offline   Ethos Icon

  • Disciple of Aion


  • View blog
  • View gallery
  • Posts: 3,536
  • Joined: 14/09/08
  • Character:Ethos
  • Race:Asmodian
  • Class:Cleric
  • Legion:Feral Order
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Alchemy

Posted 27 December 2008 - 11:25 AM

View PostSieg Archaon, on 23/12/2008 - 19:38, said:

Ethos steek mss die vertaalde dingen bij lore?


Jep goei idee, dat ga ik zeker nog doen :P nu moet ik ff weg. Thx Saeys voor de vertalingen.
Posted Image

Legions of Aion - Ethos

Welkom op de #1 Nederlandstalige Community Fansite voor Aion. Registreer je nu!
» Steun de LoA Community en geniet van de vele VIP Member voordelen. «
0

#13 User is offline   Saeys Icon

  • Aion Master

  • Posts: 378
  • Joined: 13/12/08
  • Character:Brohan
  • Race:Elyos
  • Class:Templar
  • Legion:Divine Order
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Armorsmithing

Posted 27 December 2008 - 08:21 PM

Toppie ^^
Ik zou in de vakantie enkele guides van classes kunnen maken met info uit alerhande forums maar ik ga dit niet doen. Ik ga wachten tot ik zelf Aion gespeeld heb en wat ken, hierna maak ik wel nederlandstalige guides aan.

In verband met andere vragen (crafting, pvp, pve, ...) kunnen mensen terecht op deze FAQ .

Elyos zou je dan het engelstalige deel door het vertaalde kunnen vervangen? ik heb hier wat uitgebreidere info over crafting skills aan toegevoegd.
Posted Image
0

#14 User is offline   Sieg Archaon Icon

  • King of the Stars

  • Posts: 1,340
  • Joined: 21/10/08
  • Race:Asmodian
  • Class:Gladiator
  • Legion:Twilight Guardians
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Armorsmithing

Posted 27 December 2008 - 09:31 PM

View PostSaeys, on 27/12/2008 - 20:21, said:

Elyos zou je dan het engelstalige deel door het vertaalde kunnen vervangen? ik heb hier wat uitgebreidere info over crafting skills aan toegevoegd.


Iemand moest het quoten xD
Posted Image
Love ma Peaches! <3
0

#15 User is offline   Saeys Icon

  • Aion Master

  • Posts: 378
  • Joined: 13/12/08
  • Character:Brohan
  • Race:Elyos
  • Class:Templar
  • Legion:Divine Order
  • Server:Gorgos
  • Crafting:Armorsmithing

Posted 28 December 2008 - 01:14 AM

ow crap :P das van te veel te vertalen eh, srry ethos ^^
Posted Image
0

  • (3 Pages)
  • +
  • 1
  • 2
  • 3
  • You cannot start a new topic
  • You cannot reply to this topic

1 User(s) are reading this topic
0 members, 1 guests, 0 anonymous users